De reden waarom we Carnaval verkleed vieren
Er zijn mensen die er lange tijd al reikhalzend naar uitkijken, maar er zijn er ook die gruwen van deze dagen, genoemd Carnaval. Voor hen die er niets van begrijpen, volgt hier een korte en beknopte uitleg over het ‘feest der zotten’.
Carnaval is een feest dat traditioneel zes dagen voorafgaand aan de Aswoensdag aanvangt. Aswoensdag is de dag waarop de vastentijd begint. De vastentijd is een periode van veertig dagen waarbij de voeding zich beperkt tot het uiterst noodzakelijk en werd oorspronkelijk vooral door de katholieken ingevoerd ter bezinning van het geloof. Het hield een periode in waarop de katholieken zes dagen per week gingen vasten tot zonsondergang met uitzondering van de zondag.
Carnaval is volgens velen een afgeleid woord van het Latijnse carne vale, wat letterlijk vertaald betekent ‘vaarwel vlees’, maar er zijn hier ook andere verklaringen voor in omloop. In ieder geval kun je Carnaval het beste zien als een periode waarop men ongelimiteerd eten en drinken mag tot het vasten begint. Aanvankelijk schijnt dit eet- en drinkfeest niet uit de hoek van de kerk te zijn gekomen maar uit die van de heidenen. Maar de kerk heeft het niet tegen gewerkt. Ze heeft er handig gebruik van gemaakt om het feest van de heidenen te koppelen aan de Vastenavond.
Tegenwoordig zijn er niet veel mensen meer die de vastenperiode streng aanhouden. Het carnavalsfeest is echter altijd gebleven. Het zijn vooral de grote hoeveelheden alcohol die ongewenste uitwerkingen hebben op de mens. Omdat het ongeremde gedrag de benevelde mens in vervelende situaties kan brengen, is daar al in de Middeleeuwen een oplossing voor gevonden. Door zich te vermommen, zou de ware identiteit van de zich misdragende persoon kunnen worden verdoezeld. In die tijd was dat overigens niet altijd een garantie het feest genadig te overleven.
Er is een tijd geweest dat Carnaval bijna door niemand meer werd gevierd. Het feest werd na de Franse Revolutie in de achttiende eeuw door de protestants-christelijke kerk in de kiem gesmoord. Na de negentiende eeuw en vooral na de Tweede Wereldoorlog vormden zich meer en meer carnavalsverenigingen waardoor het oude gebruik weer helemaal terug is gekomen, met name in bepaalde gebieden, waaronder vooral de plaatsen onder de rivieren Maas, Waal en de Rijn, België en Duitsland. Ook in Zuid-Amerika en de Cariben wordt er jaarlijks uitbundig Carnaval gevierd.

