Bezetting en collaboratie door gerhard hirschfeld | Eijsden - € 0
Bezetting en collaboratie
nederland tijdens de oorlogsjaren 1940-1945
in historisch perspectief
gerhard hirschfeld
dr. gerhard hirschfeld (geboren in 1946) is historicus en directeur van de bibliothek für zeitgeschichte te stuttgart.
h.j.w. becht - haarlem
boek met blauw/grijze kaft met blauw/zwarte letteropdruk in perfecte (onbelezen) conditie;
279 pagina's;
collaboratie met de duitse bezetter is nog steeds een van de meest omstreden en onopgeloste problemen uit onze recente geschiedenis. in zijn boek bezetting en collaboratie onderzoekt de auteur de vele vormen van samenwerking met de bezetter en de uiteenlopende beweegredenen daarvoor.
in zijn betoog laat hirschfeld in het algemeen individuele personen, met name leden van de nederlandse krijgsmacht en intellectuelen, buiten beschouwing. hij richt zijn aandacht vooral op politieke partijen - de nederlandse unie in het bijzonder - vakbonden, pers, overheid, justitie, politie en het bedrijfsleven.
hirschfeld gaat met name in op de bereidheid tot vergaande samenwerking met de bezetter van de zijde van de overheid, justitie en politie, een samenwerking die de grenzen van pragmatisch denken ver overschreed.
hirschfelds jarenlange onderzoek in nederlandse en duitse archieven, zijn kennis van reeds gepubliceerd bronnenmateriaal en zijn inzicht in en betrokkenheid bij het fenomeen collaboratie staan borg voor een opmerkelijk en boeiend geschreven boek.
inhoud
lijst van afkortingen
ten geleide
inleiding
1 het reichskommissariat niederlande, 1940-1945
2 de nederlanders tussen aanpassing en collaboratie, 1940-1941
3 collaboratie door maatschappelijke instellingen en de pers
4 collaboratie door overheidsinstellingen
5 economische collaboratie
6 collaboratie door nederlandse fascisten en nationaal-socialisten
7 aanpassing en collaboratie in bezet nederland: een samenvatting
geraadpleegde en aanbevolen literatuur
register van namen en organisaties/instellingen
het blijft maar doorgaan. boek na boek over nederland in de tweede wereldoorlog wordt gepubliceerd, gekocht en, laten wij hopen, gelezen. ook in de massamedia blijft 'de oorlog' vijftig jaar na de duitse inval keer op keer goed voor bijzondere aandacht. de voltooiing van het grote werk van l. de jong, nog altijd onbetwist meester op het veld, heeft daarin geen verandering gebracht. de bezettingstijd is bepaald nog niet verdwenen of zelfs maar op de achtergrond geraakt in het colectieve geheugen van de bevolking en in de geschiedschrijving is de erlog allerminst 'af'. in die zeer rijke en veelvormige geschiedschrijving zijn natuurlijk allerlei 'typen' te onderscheiden: naar benaderingswijze, naar beoogd publiek, naar bedoeling, naar onderwerp enzovoort. zulke indelingen hebben slechts een beperkte waarde (er zijn overlappingen, twijfelgevallen en ongedekte terreinen), maar wanneer men de betekenis van een bepaalde publikatie, zoals nu het boek van hirschfeld, wil aangeven dan kunnen zij een nuttige functie vervullen.
een van die typen geschiedschrijving over nederland in de tweede wereldoorlog die de laatste twee decennia een zekere verbreiding hebben gevonden, kenmerkt zich door een bepaalde benaderingswijze. de auteurs die deze voorstaan pogen, uit wetenschappelijke motieven, dit tijdvak zo 'neutraal' en afstandelijk mogelijk te benaderen. zij doen dit in reactie op de zware politieke en morele lading van het overgrote deel van de geschiedschrijving over nederland in oorlogstijd. zij hebben niet de illusie dat in strikte zin objectieve of waardevrije geschiedschrijving mogelijk is. zij menen evenmin dat de politieke of morele dimensies in de jaren 1940-1945 van weinig betekenis waren. het tegendeel is waar in beide gevallen. nee, zij begonnen met de zware dominantie van de goed/fout-problematiek en het daaraan gekoppelde perspectief van collaboratie en verzet in de geschiedschrijving over dit tijdvak als problematisch te beschouwen. in de zowel kwantitatief als kwalitatief indrukwekkende oorlogsgesehiedschrijving waren naar hun mening bepaalde aspecten toch onderbelicht gebleven. het ging dus ook niet om een frontale aanval op de bestaande geschiedschrijving, maar om een poging daamaast door een andere manier van kijken naar hetzelfde tijdvak ook andere, extra inzichten te verwerven.
de hoofdstroom van de geschiedschrijving over de bezettingstijd kenmerkt zieh door het inzicht dat de nazi-bezetters met hun ideologisehe bondgenoten in de bezette landen van het begin af aan bezig waren geweest met het stichten en opbouwen van een groot nationaal-socialistisch germaans rijk, waarin duitsers de toon zouden aangeven, zo niet volstrekt zouden heersen. de houding tegenover dat streven leidde tot een waardensehaal ter beoordeling (zowel politiek-moreel als analytiseh) van gedrag. enerzijds was er het extreem van de ideologiseh overtuigde hulpverlening aan de bezetters, anderzijds het extreem van het evenzeer ideologisch geschraagde verzet tegen die bezetter. de meest pregnante uitdrukking daarvan waren de termen 'fout' en 'goed'. met die waardenschaal op de achtergrond bleek een zeer bevredigende en overtuigende geschiedschrijving mogelijk, waarin het verhaal zich prachtig kon verbinden met de zingeving aan deze periode in een langer lopende geschiedenis van nederland. knappe analytische publikaties of passages konden in dat geheel uitstekend een plaats vinden.
toch vonden sommige historici dat in deze geschiedschrijving de gebeurtenissen wel erg sterk werden geplaatst in dat ene perspectief, dat bovendien wel heel erg een later, na de oorlog, algemeen verworven perspectief was. voor de verklaring van wat er gebeurde was dit echter naar hun inzicht niet altijd even bevredigend. voor de in de jaren 1940-1945 handelende personen en groepen was dit perspectief immers lang niet altijd zo glashelder als na de oorlog het geval was. veelal werden zij gedreven door heel andere motieven dan de keuze van een positie op de glijdende schaal tussen collaboratie en verzet. de historici op wie ik hier doel, neigen er daarom toe juist aandacht te vragen voor die motieven van toen, en voor de omstandigheden (vooral de korte-termijnperspeetieven) van toen. daarmee leggen zij aecenten op het begin van de bezettingstijd, op de reconstruetie (hoe moeilijk ook) van de veranderende stemming toen, op de invloed van de vooroorlogse verhoudingen en op de vergelijking met wat elders gebeurde. het politiekmorele oordeel over de handelende personen en groepen heeft veel minder hun aandacht.
gerhard hirschfeld nu, een na de oorlog in duitsland geboren en opgeleide historicus met een sterk internationale orientatie en ervaring (hij werkte jaren in engeland), past heel duidelijk in deze groep historici.
uit zijn werk blijkt impliciet, en hier en daar ook expliciet, zeer duidelijk dat hij het nationaal-socialisme sterk afwijst en dat hij geen enkele neiging vertoont om vergoelijkend te werk te gaan. wat hem, uit wetenschappelijke motieven, interesseert is echter bovenal wat er nu gebeurde na de inval in nederland en waarom het juist zo gebeurde. als niet-nederlander, overigens wel zeer vertrouwd met de nederiandse bronnen en de nederlandse literatuur, verkeerde hij daarbij in zekere zin in het voordeel. wellicht gemakkelijker dan nederlanders kon hij zich aan de zuigkracht van de goed/fout-waardenschaal onttrekken, terwijl de internationale orientatie (niet zozeer in het onderwerp van zijn boek zelf als wel in het kader waarin hij dat onderwerp impliciet plaatst) juist als vanzelfsprekend aanwezig is. van 'buitenaf' bezien is het nederlandse geval immers, duidelijker dan van 'binnenuit', een geval uit een grotere reeks, hoezeer de specifieke omstandigheden ook van belang zijn.
hirschfeld maakte het zichzelf overigens zeker niet gemakkelijk. zijn onderwerp is bepaald lastig. collaboratie is in de loop der tijd een zeer geladen begrip geworden. het roept de direete associatie op met de gruwelen van de nazi's, met genocide, massamoord en terreur in de ergste vorm. dat was overigens niet altijd het geval. kort na de oorlog bestond er een tendens om onder collaboratie vooral economische samenwerking met de bezetter te verstaan. in de organen van de bijzondere reehtspleging die met de opsporing belast waren, de politieke recherche afdelingen, bestonden enige tijd speciale onderdelen 'collaboratie' (de prac-en). deze hielden zieh in het bijzonder met economisch gedrag bezig. later verbreedde het begrip zich echter en, zoals hirschfeld ook in zijn inleiding zegt, het kan in sommige contexten de term bij uitstek zijn om de tegenstander van misdadigheid te beschuldigen. deze morele geladenheid van de term collaboratie - voor aanpassing geldt in mindere mate hetzelfde - heeft sommige historici ertoe gebracht naar andere termen te zoeken om zo met grotere wetenschappelijke distantie te kunnen schrijven.
in nederland is de term 'accommodatie' het bekendste voorbeeld. zeel minder ingeburgerd, maar zeker zo adequaat, is 'schikkingsbereidheid' (p. luykx). als hulpmiddel bij de bovenbedoelde, wat van de hoofdstroom afwijkende, benadering heeft het gebruik van zulke termen zijn nut bewezen. toch zitten er ook nadelen aan. verandering van woordkeus alleen verandert eigenlijk niets; de crux bij de publicaties zat elders. accommodatie betekent ook niets anders dan aanpassing. net als collaboratie kunnen beide termen staan voor zeer uiteenlopend gedrag. bovendien zien sommige tegenstanders van deze andere, afstandelijker benadering van de bezettingstijd in deze werkwijze weinig anders dan vergoelijking en verhulling van verwerpelijk gedrag met behulp van terminologische trucage. dit laatste moge evident in strijd zijn met de motieven van hen die deze uitweg van andere woordkeus beproefden, het neemt het probleem niet weg.i
hirschfeld kiest dan ook niet voor een zwaar accent op een ten dele andere terminologie, al schuwt hij een zekere variatie in woordkeus niet. hij stelt in zijn inleiding eenvoudigweg dat collaboratie voor hem synoniem is met samenwerking. het is een verzamelterm voor sterk wisselende gebeurtenissen, waarbij ook de motieven zeer uiteen kunnen lopen. hij wil collaboratie, evenzeer trouwens als aanpassing, zien als een neutrale term. juist de behandeling, zo concreet mogelijk in de toenmalige historische context, van allerlei vormen van samenwerking met de bezetter moet inzicht geven in wat er gebeurde en waarom het zo gebeurde. ik zei het al: hirschfeld past in de hierboven bedoelde, overigens niet als zodanig georganiseerde, groep historici.
deze aanpak heeft een heel zinvol boek opgeleverd. men realiseert zich met enige verrassing dat zo'n boek, bij alle overvloedige en rijke geschiedschrijving, nog niet bestond. als er aparte publikaties over collaboratie verschenen dan gingen die vrijwel steeds alleen over de ideologisch overtuigde en/of op direct persoonlijk gewin uit zijnde, landverraderlijke collaborateurs. bij alle nadruk op het perspectief van collaboratie en verzet was collaboratie zonder meer (dus zonder direete koppeling aan de tegenvoeter verzet) zelden onderwerp van afzonderlijke bespreking. het omgekeerde - afzonderlijke behandeling van verzet - kwam daarentegen veelvuldig voor. hirschfeld laat zien dat zo'n behandeling van collaboratie, relatief los van verzet en opgevat als een neutraal beschrijvende term, heel verhelderend is. hij laat zien hoe samenwerken met de bezetter, die de macht had veroverd, en aanpassen aan de door diens komst gewijzigde omstandigheden zeker in het begin van de bezettingstijd, maar in feite in allerlei vormen tot aan het einde toe eigenlijk onvermijdelijk was. belangrijker en interessanter dan het feit van collaboratie en aanpassing als zodanig is daarbij welke vormen het op de diverse terreinen en bij de verschillende groeperingen aannam. die differentiatie treft hirschfeld overigens niet alleen aan de nederlandse zijde aan. bij collaboratie gaat het niet om een 'partij', maar ten minste om twee. de bezetter was evenmin een eenheid, maar toonde in vele opzichten diverse geziehten. zo ontvouwt zieh een gecompliceerd en veelzijdig, en dus ook fascinerend panorama; en zo is hirschfelds boek een belangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving over nederland in de bezettingstijd.
j.c.h. blom, amsterdam, zomer 1990
Bezetting en collaboratie door gerhard hirschfeld werd geplaatst in de rubriek Geschiedenis en politiek te koop.
Plaats nu ook zelf een gratis zoekertje.
- Prijs:
- € 0
- Financieel:
- Snel geld nodig?
- Geplaatst in:
- Geschiedenis en politiek
- Adverteerder:
- Els Meinster
- Plaats:
- Eijsden
- Bekeken:
- 390 keer
- Veilig handelen
- Vermijd handelen met Engelsetalige kopers
- Betaal nooit via Western Union
- Koop of verkoop nooit buiten BE/NL
- Als het te mooi om waar te zijn lijkt, dan is het dat wellicht ook
- Meer over veilig handelen













